Voorschotten

Wanneer je een bepaalde uitkering aanvraagt, kan het nog een tijdje duren voor je die echt ontvangt. Hierdoor bestaat de kans dat je in financiële moeilijkheden raakt. Om dit te voorkomen, kan je bij het OCMW een voorschot op jouw uitkering aanvragen. Het kan o.a. gaan om voorschotten op:

  • sociale uitkering (werkloosheidsuitkering, ziektevergoeding, inkomensvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming,...)
  • pensioen
  • huursubsidie
  • groeipakket
  • leefvergoeding (elektronisch toezicht)
  • installatiepremie

Voorwaarden

  • Je bent behoeftig. Het OCMW stelt dat vast door middel van een sociaal en financieel onderzoek.
  • Bij voorschotten op sociale uitkeringen moet je voldoen aan de voorwaarden verbonden aan het leefloon.
  • Bij voorschotten op o.a. een huursubsidie, groeipakket of leefvergoeding moet je recht hebben op het bedrag waarvoor je voorschotten vraagt. Er kan dus geen voorschot gegeven worden op toekomstige rechten.
  • De grootte van het voorschot is maximaal het bedrag van het leefloon van de categorie (alleenstaande, samenwonende of persoon met gezinslast) waartoe je behoort of het bedrag van de vergoeding waarop je aanspraak kan maken.
  • Het bedrag van de terugvordering is beperkt tot het bedrag van de verleende voorschotten en tot de beschikbare achterstallen.
  • Je bent akkoord dat de instelling die jouw uitkering betaalt het voorschot rechtstreeks aan het OCMW terugbetaalt. Heeft de uitbetalende instelling de uitkering al aan jou betaald, dan moet jij het bedrag van het voorschot terugbetalen aan het OCMW.

Procedure

  • Ga tijdens de openingsuren naar het OCMW van je verblijfplaats en vraag een voorschot onder de vorm van een leefloon aan. Als je voor het eerst een vraag om bijstand hebt, kan je je aanvraag ook indienen via OCMW online
  • Tijdens het kennismakingsgesprek onderteken je een aanvraagformulier. Daarmee bevestig je je identiteit, geef je informatie over je financiële en sociale situatie, je inkomsten, of een ander OCMW je al hielp en geef je het OCMW toestemming om informatie op te vragen bij o.a. KSZ, andere OCMW's, RVA en instellingen sociale zekerheid. Daarnaast onderteken je een ontvangstbewijs waarin staat dat het OCMW binnen 30 dagen een beslissing zal nemen.
  • Vervolgens neemt een maatschappelijk assistent contact met je op om op huisbezoek te komen. Dit is verplicht. We stellen dan vast waar, hoe en met wie je woont. Het huisbezoek is ook belangrijk om te bepalen welk OCMW bevoegd is om je verder te helpen.
  • Er gebeurt een sociaal en financieel onderzoek om te bekijken of je in aanmerking komt. Je moet hier actief aan meewerken. De maatschappelijk assistent kijkt o.a. na of je aan de voorwaarden voldoet.
  • Het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) neemt een beslissing. Je kan zelf naar het comité komen om je vraag te verduidelijken. Dat moet je op voorhand bespreken met je maatschappelijk assistent.
  • Het BCSD kan beslissen om het voorschot toe te kennen of te weigeren.
  • Je kan een sanctie (schorsing, stopzetting en/of terugvordering van het voorschot) krijgen als je bepaalde bestaansmiddelen niet aangeeft en onjuiste of onvolledige verklaringen aflegt.
  • Na de beslissing van het BCSD ontvang je een kennisgeving van deze beslissing. Als je niet akkoord bent met de beslissing kan je beroep aantekenen bij de Arbeidsrechtbank.

Bewijsstukken

  • Identiteitskaart
  • Bankrekeningnummer
  • Bewijs dat je een (sociale) uitkering hebt aangevraagd

en indien van toepassing:

  • Werkloosheidsvergoeding (bewijs recht, brief RVA stopzetting of schorsing werkloosheidsvergoeding, stortingsbewijs, uitbetalingsinstelling)
  • Contactgegevens vakbond / Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW)
  • Inschrijvingsbewijs VDAB (werkzoekende)
  • Pensioen (bewijs recht, stortingsbewijs, uitbetalingsinstelling)
  • Arbeidscontract(en)
  • Ziekte- of invaliditeitsuitkering (bewijs recht, brief ziekenfonds stopzetting uitkering, stortingsbewijs, uitbetalingsinstelling)
  • Contactgegevens ziekenfonds / Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV)
  • Gegevens studie (soort studie, inschrijvingsbewijs, school, lessenrooster,…)
  • Gegevens opleiding (soort opleiding, inschrijvingsbewijs, organisator, lessen,…)
  • Bewijs inkomsten (loonfiches laatste 3 maanden, stortingsbewijs uitkering,…)
  • Bewijs inkomsten samenwonende ascendenten/descendenten (loonfiches laatste 3 maanden, stortingsbewijs uitkering,…)
  • Bewijs andere inkomsten (onderhoudsgeld of alimentatie, vakantiegeld, belastingen, huurinkomsten, regelmatige schenkingen, huursubsidie, huurpremie,…)
  • Groeipakket: alleen als je het groeipakket voor jezelf ontvangt (stortingsbewijs, uitbetalingsinstelling)
  • Vonnis van uithuiszetting, onderhoudsgeld of alimentatie, echtscheiding, jeugdrechtbank,…

Meer info

Stopt je werkloosheidsuitkering?

Je krijgt maximum 1 of 2 jaar een werkloosheidsuitkering. Krijg je die langer dan 2 jaar? Dan stopt je uitkering binnenkort. Je krijgt dan een brief van RVA waarin staat wanneer je werkloosheidsuitkering stopt. Dat is enkele maanden nadat je de brief ontvangt. Heb je vragen over deze brief of ben je niet akkoord met de stopzetting? Neem dan contact op met RVA, je vakbond (ABVV, ACLVB, ACV,...) of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW)

Als je kan werken is dat de beste kans op voldoende inkomen. Heb je hulp nodig bij het zoeken naar werk? Neem dan contact op met VDAB.

Ben je te ziek om te werken? Ga dan zo snel mogelijk naar de dokter! Ga vervolgens met het doktersattest naar je ziekenfonds. Heb je vragen? Neem dan contact op met je ziekenfonds (CM, Helan, Partena,...) of met de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV).

Heb je geen werk en onvoldoende inkomsten? Ga dan naar het OCMW van je gemeente. Het OCMW onderzoekt of je recht hebt op een leefloon.

Zolang je nog een werkloosheidsuitkering krijgt, kan het OCMW niet beslissen of je recht hebt op een leefloon. Je kan dus pas bij het OCMW langsgaan als je geen uitbetaling van de werkloosheidsuitkering meer ontvangt.

Opgelet: niet alle personen die uitgesloten zijn van werkloosheid zullen recht hebben op de steun van het OCMW.


Stopt je ziektevergoeding?

  • Je krijgt een brief van je ziekenfonds waarin staat dat je ziektevergoeding stopt.
  • Begrijp je niet goed waarom je ziektevergoeding eindigt? Neem dan contact op met de Dienst voor Uitkeringen van je ziekenfonds (CM, Helan, Partena,...) of met de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV).
  • Als je het niet eens bent met de beslissing van de adviserend arts van het ziekenfonds, die je arbeidsongeschiktheid beëindigt, kun je hiertegen bezwaar indienen bij de Arbeidsrechtbank.
  • Als je nog niet in staat bent om te werken maar je je ziektevergoeding bent kwijtgeraakt, dien dan een aanvraag in voor een werkloosheidsuitkering bij een vakbond (ABVV, ACLVB, ACV,...) of Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW).


Je ontvangt een werkloosheidsuitkering, maar je bent eigenlijk ziek. Wat moet je doen?

  • Vraag je arts een medisch attest ("Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid") in te vullen.
  • Neem contact op met je ziekenfonds of HZIV en dien het getuigschrift uiterlijk binnen de 48 uur bij hen in. 
  • Breng je uitbetalingsinstelling (vakbond of HVW) op de hoogte van je ziekte.
  • Vink de "Z" aan op je controlekaart om de ziekteperiode aan te geven.
  • Misschien heb je recht op een ziektevergoeding die je ziekenfonds uitbetaalt.
  • Als je herstelt na een ziekteperiode van meer dan 4 weken, moet je je opnieuw inschrijven als werkzoekende bij VDAB en contact opnemen met je vakbond of HVW om je werkloosheidsdossier te activeren.

Contact

Adres
Sociaal huis Schildesteenweg 16 , 2520 Ranst
Tel.
Ondernemingsnummer
0212.210.462
Vandaag
Gesloten Nieuwjaar
Naar top