Aanvullende financiële steun is bedoeld voor personen of gezinnen die onvoldoende inkomsten hebben om menswaardig te kunnen leven. Het OCMW onderzoekt de financiële situatie en bepaalt of extra ondersteuning nodig is bovenop bestaande sociale rechten.
Om dit te objectiveren maakt Ranst gebruik van een berekeningstool: REMI. Deze tool vergelijkt het gezinsinkomen met wetenschappelijk onderbouwde referentiebudgetten (de minimale kost om volwaardig te kunnen leven). Wanneer uit deze berekening blijkt dat het inkomen onder deze norm ligt, kan het OCMW een financiële steun toekennen om het tekort te compenseren.
Voorwaarden
Je maatschappelijk assistent zal bekijken of je tot de doelgroep behoort en aan de voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor aanvullende financiële steun.
Procedure
- Ga tijdens de openingsuren naar het OCMW van je verblijfplaats en vraag een financiële steun aan. Als je voor het eerst een vraag om bijstand hebt, kan je je aanvraag ook indienen via OCMW online.
- Tijdens het kennismakingsgesprek onderteken je een aanvraagformulier. Daarmee bevestig je je identiteit, geef je informatie over je financiële en sociale situatie, je inkomsten, of een ander OCMW je al hielp en geef je het OCMW toestemming om informatie op te vragen bij o.a. KSZ, andere OCMW's, RVA en instellingen sociale zekerheid. Daarnaast onderteken je een ontvangstbewijs waarin staat dat het OCMW binnen 30 dagen een beslissing zal nemen.
- Vervolgens neemt een maatschappelijk assistent contact met je op om op huisbezoek te komen. Dit is verplicht. We stellen dan vast waar, hoe en met wie je woont. Het huisbezoek is ook belangrijk om te bepalen welk OCMW bevoegd is om je verder te helpen. Waar je gewoonlijk verblijft kan namelijk verschillen van je domicilieadres.
- Er gebeurt een sociaal en financieel onderzoek om te bekijken of je in aanmerking komt. Je moet hier actief aan meewerken. De maatschappelijk assistent kijkt o.a. na of je aan de voorwaarden voldoet en behoort tot de doelgroep.
- Het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) neemt een beslissing over je recht op financiële steun. Je kan zelf naar het comité komen om je vraag te verduidelijken. Dat moet je op voorhand bespreken met je maatschappelijk assistent.
- Het BCSD kan beslissen om de steun toe te kennen of te weigeren.
- Je kan een sanctie (schorsing, stopzetting en/of terugvordering van de steun) krijgen als je bepaalde bestaansmiddelen niet aangeeft, onjuiste of onvolledige verklaringen aflegt, de gemaakte afspraken uit het GPMI- of activeringscontract niet nakomt (zie verder voor meer informatie),...
- Na de beslissing van het BCSD ontvang je een kennisgeving van deze beslissing. Als je niet akkoord bent, kan je beroep aantekenen bij de Arbeidsrechtbank.
- Na toekenning van de steun onderteken je binnen 3 maanden een GPMI- of activeringscontract (zie verder voor meer informatie).
Meer info
GPMI- of activeringscontract
Heb je recht op maatschappelijke integratie in de vorm van een leefloon? Dan is het best mogelijk dat je een bijzondere begeleiding krijgt om een persoonlijk ontwikkelingstraject uit te werken samen met je maatschappelijk assistent. Dit persoonlijk ontwikkelingstraject heet het “geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie”, kortweg GPMI. Het is een traject, op jouw maat gemaakt, dat je moet helpen om zelfredzamer te worden en meer greep te krijgen op je leven zodat je uiteindelijk je eigen weg kunt gaan, zonder hulp van het OCMW.
Heb je geen recht op een leefloon of equivalent leefloon? Dan zal er een activeringscontract worden opgemaakt, vergelijkbaar met het GPMI-contract.
Je maatschappelijk assistent zal je vragen om een sociale balans in te vullen. Dit is een vragenlijst waarmee hij/zij zicht probeert te krijgen op o.a. je wensen, verwachtingen, behoeften en vaardigheden. Samen met je maatschappelijk assistent bepaal je doelstellingen die je binnen een bepaalde tijdspanne wil (proberen te) verwezenlijken. Ze kunnen zowel te maken hebben met zaken waar je vanaf wil (schuldenoverlast, huisvestingsproblemen, gezondheidsproblemen, …) als met zaken waar je naartoe wil (meer zelfvertrouwen, financieel op eigen benen staan, meer en betere sociale relaties hebben, werk vinden, beter Nederlands kunnen spreken, …). Al deze afspraken worden neergeschreven in een contract, waaraan beide partijen zich moeten houden.
De afspraken in het contract worden minstens 3 keer per jaar geëvalueerd. Je maatschappelijk assistent zal de gemaakte afspraken uit het contract overlopen, evalueren, bijsturen en je vragen om de evaluatie te ondertekenen.
